Louis Ferron

Vijf Duitslandromans

2015-04-30

 6,99

Uitgebreide beschrijving

Over dit boek

Vijf Duitslandromans omvat:
• Gekkenschemer
• Het stierenoffer
• De keisnijder van Fichtenwald
• De gallische ziekte
• Plicht!

Gekkenschemer kan gelezen worden als een streekroman over een periode waarin de vorsten van hun tronen tuimelden en van zichzelf vervulde kunstenaars hun plaatsen probeerden in te nemen. Centrale figuur is de naïeve Ferdinand, die een bijzonder talent heeft voor het imiteren van vogelgeluiden en zichzelf graag betitelt als hofzanger. Op zijn speurtocht naar de verlossing beleeft hij de meest absurde avonturen. Hij raakt in de ban van een zieneres en wordt ongewild een zetstuk in het machtsspel tussen een demonische componist en een gefrustreerde koning, in wie we zonder moeite Richard Wagner en Ludwig ii herkennen.

Het stierenoffer speelt in de chaotische jaren net na de Eerste Wereldoorlog. De wat naïeve soldaat Florian is op zoek naar een heroïsch leven. Aanvankelijk komt hij aardig aan zijn trekken, maar terug in het Duitsland van de Weimar-republiek wordt hij geconfronteerd met zijn leegte. Onder invloed van Streichers antisemitische propaganda brengt hij de joodse echtgenoot van zijn werkgeefster om het leven. De kleine man Florian en de arts Hardenberg beleven de zin van hun bestaan als Hitler naar de macht grijpt.

De keisnijder van Fichtenwald speelt in de periode van Hitlers Derde Rijk. In een sanatorium dat steeds meer de trekken van een concentratiekamp aanneemt, probeert de gebochelde barpianist Friedolien greep te krijgen op de groteske gebeurtenissen, tot ook hij de werkelijkheid niet meer buiten kan sluiten. Hij kan de situatie slechts meester worden door zich op gruwelijke wijze te offeren.

De gallische ziekte. De student Nathanael Prohaska is met zijn verkeerde been uit de baarmoeder gestapt: aan hem kleeft een humeur dat door erotische angsten en schuldgevoelens bepaald wordt. Hij wil groot zijn in een lamlendige tijd, maar kan dat alleen als hij zich aan menselijke maatstaven onttrekt. Hij treedt in de zondige voetsporen van de door hem bewonderde filosoof Nietzsche en het zal ten slotte Goethes Mefisto zijn die Prohaska de rekening presenteert. Want wie zijn ziel aan de duivel verkoopt, wint er ook een inzicht mee dat geen mens kan verdragen.
De gallische ziekte (1979) is een zwarte, wrang ironische roman in de traditie van Ferrons Teutoonse Trilogie.

Plicht! ‘De vrijheid is een hoer’, dat is de ondubbelzinnige mening van Robert, een van de laatste feodale landheren. En de ware vrijheid wordt pas in de dood gevonden. Maar voorlopig moet hij nog met een verloren oorlog en een verloren god afrekenen. Hij speelt met zijn geliefde Victorine nog één keer het drama van Abélard en Héloïse, het drama van de gehoorzaamheid en de plicht. Het is de bediende Tantel die verlekkerd toekijkt: hij weet dat hij aan het langste eind zal trekken, zowel in de liefde als in het leven.
Editie

1

Type

e-boek

Aantal pagina's
Verschijningsdatum

2015-04-30

Taal

Nederlands

Auteur

Louis Ferron

Over de auteur

Louis Ferron
Louis Ferron (1942-2005) was prozaïst, toneelschrijver en dichter. Nadat zijn Duitse vader kort voor het einde van de Tweede Wereldoorlog voor dienstplicht was opgeroepen en sneuvelde, verhuisde hij als pleegkind van zijn vaders wettige echtgenote naar Bremen. Na de bevrijding kwam hij terug naar Nederland, waar hij door zijn grootouders van moeders kant werd opgevangen. Een jeugd van kostscholen, internaten en pleeggezinnen volgde. Na het behalen van het zijn schooldiploma besloot Ferron zich aan de schilderkunst te wijden en voorzag met tientallen baantjes in zijn onderhoud. Inmiddels verschenen ook zijn eerste gedichten in literaire tijdschriften.

Als achttienjarige huwde hij met een dochter van de schrijfster Lizzy Sara May die hem door haar stimulerende invloed definitief voor het schrijven deed kiezen. In 1967 verscheen zijn eerste gedichtenbundel, Zeg nu zelf, is dit ontroerend? en in 1974 debuteerde hij als romancier met Gekkenschemer. In de jaren die daarop volgenden groeide zijn oeuvre gestaag: romans, verhalen, essays, vertalingen en toneel. Een hoogtepunt vormt de trilogie die naast Gekkenschemer bestaat uit Het stierenoffer (1975) en De keisnijder van Fichtenwald (1976). Deze drie eigenzinnige en veelgeprezen boeken, die de grandeur en misère van het Duitse rijk als thema hebben, werden in 2002 in één uitgave gebundeld.

Met De ballade van de beul (1980), een roman over de 'grote Amerikaanse droom', verliet Ferron voor het eerst het onderwerp van de Westeuropese cultuurgeschiedenis. Fascinatie voor de Duitse geschiedenis blijft echter zijn omvangrijke oeuvre bepalen en, steeds onverhulder, de worsteling met zijn afkomst. In 1990 kreeg hij de AKO Literatuur Prijs voor zijn roman Karelische nachten, in 2001 werd hem voor zijn gehele oeuvre de Constantijn Huygensprijs toegekend.

Tot zijn laatste werken behoren onder meer de romans Het overspelige gras (2002), Werken van barmhartigheid (2003) en het libretto Hoe Mozart Casanova sloeg (een voorstelling van Orkater, 2004). In augustus 2005 verschijnt zijn laatste roman, Niemandsbruid, het gefictionaliseerde levensverhaal van de zuster van Arthur Schopenhauer.

Over de laatste levensdagen van Louis Ferron schreef zijn vrouw Lilian Blom het boek De tuinkamer (2006).
Bekijk auteur
Louis Ferron