Over ons

De Bezige Bij is een literaire uitgeverij met een lange geschiedenis en een scherp oog voor kwaliteit. Al decennialang geven we boeken uit die ertoe doen, van romans en poëzie tot essays en non-fictie. Vanuit ons pand in Amsterdam werken we samen met auteurs, vertalers en makers aan verhalen die blijven resoneren.

Een uitgeverij met een verhaal
Rijke geschiedenis

Sinds de oprichting in 1944 heeft De Bezige Bij een belangrijke rol gespeeld in het Nederlandse literaire landschap. Wat begon als een verzetsuitgeverij groeide uit tot een huis voor schrijvers en denkers die hun tijd bevragen en vormgeven.

1940–1943

De wortels in het verzet

De geschiedenis van De Bezige Bij begint in de Tweede Wereldoorlog, toen een groep Utrechtse studenten onder leiding van Geert Lubberhuizen en anderen besloten illegale publicaties uit te geven als steun voor verzetsactiviteiten. In de jaren voorafgaand aan de officiële oprichting verspreidden zij clandestien teksten waarmee geld werd geworven voor het Utrechts Kindercomité, dat zich inzette voor onderduikadressen voor Joodse kinderen. Het gedicht De Achttien Dooden van Jan Campert, gedrukt als rijmprent, werd een belangrijk symbool voor deze vroege fase en bracht opbrengsten op voor hulpverlening tijdens de oorlog.

12 december 1944

Oprichting in Amsterdam

De geschiedenis van De Bezige Bij begint in de Tweede Wereldoorlog, toen een groep Utrechtse studenten onder leiding van Geert Lubberhuizen en anderen besloten illegale publicaties uit te geven als steun voor verzetsactiviteiten. In de jaren voorafgaand aan de officiële oprichting verspreidden zij clandestien teksten waarmee geld werd geworven voor het Utrechts Kindercomité, dat zich inzette voor onderduikadressen voor Joodse kinderen. Het gedicht De Achttien Dooden van Jan Campert, gedrukt als rijmprent, werd een belangrijk symbool voor deze vroege fase en bracht opbrengsten op voor hulpverlening tijdens de oorlog.

Jaren 50–70

Verbreding van genres en stemmen

De geschiedenis van De Bezige Bij begint in de Tweede Wereldoorlog, toen een groep Utrechtse studenten onder leiding van Geert Lubberhuizen en anderen besloten illegale publicaties uit te geven als steun voor verzetsactiviteiten. In de jaren voorafgaand aan de officiële oprichting verspreidden zij clandestien teksten waarmee geld werd geworven voor het Utrechts Kindercomité, dat zich inzette voor onderduikadressen voor Joodse kinderen. Het gedicht De Achttien Dooden van Jan Campert, gedrukt als rijmprent, werd een belangrijk symbool voor deze vroege fase en bracht opbrengsten op voor hulpverlening tijdens de oorlog.

Jaren 80–2000

Verbreding van genres en stemmen

De geschiedenis van De Bezige Bij begint in de Tweede Wereldoorlog, toen een groep Utrechtse studenten onder leiding van Geert Lubberhuizen en anderen besloten illegale publicaties uit te geven als steun voor verzetsactiviteiten. In de jaren voorafgaand aan de officiële oprichting verspreidden zij clandestien teksten waarmee geld werd geworven voor het Utrechts Kindercomité, dat zich inzette voor onderduikadressen voor Joodse kinderen. Het gedicht De Achttien Dooden van Jan Campert, gedrukt als rijmprent, werd een belangrijk symbool voor deze vroege fase en bracht opbrengsten op voor hulpverlening tijdens de oorlog.

1997

Onderdeel van WPG

De geschiedenis van De Bezige Bij begint in de Tweede Wereldoorlog, toen een groep Utrechtse studenten onder leiding van Geert Lubberhuizen en anderen besloten illegale publicaties uit te geven als steun voor verzetsactiviteiten. In de jaren voorafgaand aan de officiële oprichting verspreidden zij clandestien teksten waarmee geld werd geworven voor het Utrechts Kindercomité, dat zich inzette voor onderduikadressen voor Joodse kinderen. Het gedicht De Achttien Dooden van Jan Campert, gedrukt als rijmprent, werd een belangrijk symbool voor deze vroege fase en bracht opbrengsten op voor hulpverlening tijdens de oorlog.

2000–heden

Continuïteit, diversiteit en relevantie

De geschiedenis van De Bezige Bij begint in de Tweede Wereldoorlog, toen een groep Utrechtse studenten onder leiding van Geert Lubberhuizen en anderen besloten illegale publicaties uit te geven als steun voor verzetsactiviteiten. In de jaren voorafgaand aan de officiële oprichting verspreidden zij clandestien teksten waarmee geld werd geworven voor het Utrechts Kindercomité, dat zich inzette voor onderduikadressen voor Joodse kinderen. Het gedicht De Achttien Dooden van Jan Campert, gedrukt als rijmprent, werd een belangrijk symbool voor deze vroege fase en bracht opbrengsten op voor hulpverlening tijdens de oorlog.